Retro-tic

Gepubliceerd op 29 maart, 2016 door Danny Post

0

Bizarre verzamelingen: "Ik verzamel oude nagels."

Iedereen verzamelt wel iets. De een krijgt natte mondhoeken van Deense lampen, de ander is waus van Lalique glas of oude LEGO. Maar oude nagels? Navelpluis? Penissen? Verbrand eten? Sexpoppen? Wat moet je daar nou mee? Deze vijf freaky verzamelaars vertellen het je. 

Op de VerzamelaarsJaarbeurs in Utrecht loopt tijdens iedere editie een man rond waar ik een intens medelijden mee heb. Waarom? Hij verzamelt winkelwagenmunten. Je weet wel, die munten waarmee je een karretje van het slot haalt zonder dat je er echt geld in hoeft te gooien. Terwijl overal om hem heen de prachtigste dingen staan uitgestald, sjokt hij door de hallen met een groot bord om zijn nek waarop staat: “Ik verzamel winkelwagenmunten, heeft u er nog een paar voor me?” Ik vraag me telkens weer af wat hem bezielt. Gelukkig vindt hij gelijkgestemden op Winkelwagenmunt, de site voor winkelwagenmuntenverzamelaars, maar ik snap het gewoon niet. Vanwaar die passie wanneer er zoveel echt moois te vergaren is? Dat gevoel heb ik nog een stukje erger bij de volgende vijf verzamelfreaks en hun krankzinnige collecties. Van navelpluis en nagels tot sexpoppen, wat móet je ermee??

Liefde voor navelpluis
Gooi jij jouw navelpluis altijd weg? Wat een verkwisting, laat bibliothecaris Graham Barker het maar niet horen! Toen de Australiër in 1984 aan het backpacken was en zich een avondje verveelde, raakte hij gefascineerd door een pluisje in zijn navel. “Ik vroeg me af hoeveel pluis één persoon kan produceren en besloot dat ik daar alleen maar achter kon komen door het een tijdje te gaan verzamelen.” Hele potten vol bezit Graham inmiddels en de pluisjes zijn keurig ingedeeld op jaartal en kleur. “Mensen vragen me vaak waarom ik dit doe. Waarom niet? Mijn collectie is uniek. Zover ik weet, verzamelt niemand anders ter wereld navelpluis.”

Navelpluis verzameling go with the vlo

Pluis rocks. Je kunt er ook hele schattige beertjes van kneden.

Zijn collectie is ook zeldzaam, zegt hij: “De navelpluis van Graham Barker wordt geproduceerd in kleine hoeveelheden en andere mensen kunnen er niet makkelijk de hand op leggen. Verder is mijn collectie compleet, ik heb zelden een dag niet geoogst. Het voelt een beetje alsof je alle munten van een land bezit. En tenslotte: net als niet gecirculeerde bankbiljetten of postzegels verkeert mijn navelpluis in nieuwstaat. Als ik oogst, stop ik het pluisje direct in een glazen pot, waar het niet vervuild kan raken.” Graham kreeg een vermelding in het Guiness Book of Records en een museum kocht zelfs drie van zijn potten met pluis. Aan opgeven denkt hij niet. “Ik stop er pas mee als ik het lichamelijk niet meer kan.” Nog een tip van de meester als je dit ook wilt gaan doen: “Thermo ondergoed levert de meeste pluis op.” En pas op met douchen, drukt Graham ons op het hart. “Ga altijd op pluizenjacht voordat je jezelf wast.” Het is maar dat je het weet.

Kaasnagels op voorraad
Navelpluis hamsteren ranzig? Het kan nog veel erger hoor. De Amerikaanse Richard Gibson bezit ’s werelds grootste collectie nagels. Hij begon ermee in 1978. Nadat hij zijn nagels had geknipt, bedacht hij ineens hoe zonde het zou zijn om de afgeknipte randjes in de prullenbak te gooien. Het was een openbaring dat je ze ook kon bewaren, zegt hij. “Ik herinner me dat moment nog zó goed. Ik heb zelfs het manicuresetje nog, dat ik toen gebruikte.” Hij deed zijn nagels eerst in een doosje, maar toen het verzamelen uit de hand (en voet) begon te lopen, stopte hij ze in een grote pot. Bijna veertig jaar verder zijn we nu en de pot zit voor 99 procent vol. “Ik weet niet precies hoeveel nagels erin zitten, maar het loopt in de duizenden.”

Teennagels verzamelen go with the vlo

Als je de pot opendraait en je ogen sluit, waan je jezelf voor even op de kaasmarkt in Alkmaar.

In 2014 poseerde Richard met zijn pot in het Ripley’s Believe It or Not!-boek Reality Shock. Hij glom van trots. Eindelijk erkenning. Want die moest hij lange tijd ontberen. Zeker thuis. Van zijn ex-vrouw moest hij zijn pot altijd opbergen zodra er mensen op visite kwamen. “Ze irriteerde zich kapot aan de nagels.” Vreemd detail is dat Richard zijn nagels amper knipt. “Ik knip ze alleen wanneer ik een vinger- of teennagel breek. Ik knip ze weinig, ze zijn lang.” Misschien is dat nog wel het engste aan zijn verhaal. Een kerel met Cruella de Vil klauwen. Rrrrilllll.

Kool is cool
Geen keukenprins of -prinses? Dan heb je volgens Deborah Henson-Conant regelmatig goud in handen. De Amerikaanse bouwde vanaf eind jaren tachtig een imposante collectie verbrande etenswaren op. Hoe zwarter, hoe beter. Ze bracht ze zelfs onder in een heus museum, The Burnt Food Museum. En dat allemaal na een telefoongesprek waardoor ze een pan op het vuur vergat, legt ze uit. “Beeld je eens in: een kille avond, een pan appelcider die zachtjes stond te koken op het fornuis, een onverwacht telefoontje, een lang gesprek en The Burnt Food Museum was geboren. Toen de dikke, zwarte rook in de keuken eindelijk optrok, ontdekte ik in de zwartgeblakerde pan een verrukkelijk juweeltje, dat ik nu de ‘Free-Standing Hot Apple Cider’ noem. Zo begon mijn fascinatie voor de schoonheid van verbrand eten en de verhalen erachter.”

Verbrand eten verzamelen go with the vlo

“Wat zeggen jullie? In Nederland loopt een verkoolde diva rond? Hebben voor mijn museum!”

In het museum vind je nog meer topstukken die luisteren naar melige namen zoals de ‘Thrice Baked Potato’, ‘A Study in Pizza Toast’, ‘King Tut’s Tomato’ en ‘Why Sure, You Can Bake Quiche in the Microwave’. Deborah moedigt op haar site andere mensen aan om gezellig met haar mee te fikken. Ze vindt het heerlijk om foto’s van je beste zwarte creaties te ontvangen. Mail ze dus vooral. Hé, wacht eens: zou iemand haar al een foto van onze eigen zonnebankkoningin Rachel Hazes hebben gestuurd? Dat moet voor Deborah pas echt de verkoolde natte droom zijn!

Knuffelen met 240 sexpoppen
Thuis bij de Britse monteur Bob Gibbons is het een drukte van belang. Hij spaart sexpoppen. Ongeveer 240 verschillende meiden heeft hij nu in zijn huis zitten/liggen en die kostten hem bij elkaar zo’n 160.000 dollar. Volgens de zestiger heeft hij altijd iets met poppen gehad. Hij vond het heerlijk om met de poppen van zijn twee kinderen te spelen en spaarde zelfs een tijdje paspoppen. Maar de remmen gingen pas echt los toen hij op een forum las over realistische sexpoppen die gemaakt zijn van siliconenrubber, zoals de peperdure RealDolls. Het voelde als thuiskomen. Dát was wat hij wilde. In 2007 schafte hij voor vierduizend dollar zijn eerste siliconenschatje aan. Beverly heette de stouterd en hij kocht haar – je verzint het niet – met de goedkeuring van zijn echtgenote Lizzie. Zij vond de hobby van haar man hartstikke leuk. Zo leuk zelfs dat ze Bob al snel hielp bij het zoeken naar nog meer rondborstige speelmaatjes. Gezellig!

Verzamelen sexpoppen go with the vlo

De poppen luisteren vaak met open mond naar alle verhalen van Bob en Lizzie.

Lizzie: “De poppen zijn een manier voor ons om tijd met elkaar door te brengen. Voordat ze in ons leven kwamen, deden we bijna niets samen. Dat is enorm veranderd.” De twee vinden het gezellig om met de poppen (die variëren van goedkope opblaaspoppen tot de peperdure siliconenpop Jessica van elfduizend dollar) te kletsen, thee met ze te drinken en ze mooi aan te kleden. Niet uit te kleden. Bob heeft ze nog nooit besprongen. Ze zijn puur verzamelobjecten. “Ik heb nog nooit sex gehad met een pop, zo zit ik gewoon niet in elkaar.” Bob geeft toe dat hij de meeste poppen aantrekkelijk vindt, maar verder dan dat gaat het niet. Nee, hij vindt het veel plezieriger om zijn meisjes in bed een verhaaltje voor te lezen. “Ik beschouw ze als familie.”

Pik, ik heb je!
De meeste mannen hebben genoeg aan hun eigen piemel. Zo niet de IJslandse Sigurður Hjartarson. Sinds de jaren zeventig verzamelt hij penissen in alle soorten en maten. Maar oh wee als je het waagt om te vragen of hij hier soms pornografische beweegredenen voor heeft en het opwindend vindt. Dan explodeert hij. “Ik verafschuw pornografie! Dit is een serieuze verzameling hoor.” De eerste (of moeten we zeggen: tweede?) piemel die Sigurður ooit in handen kreeg, was die van een stier. Er was een zweep van gemaakt en dat boeide de toen nog jonge Sigurður enorm. Geleidelijk ontstond het idee om er nog meer op te snorren. Dat liep een beetje uit de hand. Anno 2016 bezit hij 282 liefdeslansen van 93 verschillende diersoorten. Ze zijn te bezichtigen in het Icelandic Phallological Museum in Reykjavik. Sigurður opende het museum speciaal zodat andere mensen ook van alle penispracht kunnen genieten.

Penis piemel verzamelen go with the vlo

“Spreek ik met Regilio Tuur? Men zei me dat ik voor de grootste l#l van Nederland bij jou moet zijn.”

Alleen voor een bijna één meter lange olifantenpenis die hij trots op een stuk hout timmerde, legde Sigurður geld op tafel. Verder betaalt hij nooit voor de leuters, hij krijgt ze meestal. Zelfs het enige menselijke exemplaar dat in zijn museum te zien is, werd hem in de schoot geworpen. Het was een cadeautje van de 95-jarige IJslander Pall Arason, die in 2011 stierf en zijn penis naliet aan Sigurður. Helaas ging er iets verschrikkelijk verkeerd tijdens het conserveringsproces, waardoor het zaakje nu meer lijkt op een rotte, verschrompelde augurk. Sigurður krijgt nog steeds een slappe van die misser. Balend: “Ik had hem in azijn moeten stoppen.” Hij zoekt nu keihard door naar een “jonger, groter en beter exemplaar”. Weet jij nog iemand?

 

Deel dit artikel!
Facebooktwittergoogle_plusmail

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,


Over de auteur



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Omhoog ↑