...

#tbt Nous sommes Charlie

Gepubliceerd op 8 januari, 2015 door Danny Post

0

Wij zijn Charlie

Gisteren richtten terroristen in Parijs een bloedbad aan op de redactie van Charlie Hebdo. Ze waren ziedend over de spotprenten van de profeet Mohammed in het satirische tijdschrift. De angst is groot, maar de woede is groter. De spotprent is voor velen hét symbool van de vrijheid van meningsuiting. Een Throwback Thursday met een lach en een traan. 

Opgedragen aan de redactie van Charlie Hebdo 

Het had gisteren een redactievergadering moeten worden als alle andere. Hoofdredacteur Stéphane Charbonnier en zijn team zouden bepalen wie ze in het volgende nummer van Charlie Hebdo weer eens op de hak zouden nemen. Maar om 11.30 uur verstomde het gelach op hun hoofdkantoor in Parijs toen twee gemaskerde mannen met Kalashnikov-geweren het pand binnendrongen en Stéphane en een aantal andere tekenaars gericht executeerden. Volgens de berichten gaat het om een vergeldingsactie. Het duo, inmiddels geïdentificeerd als de broers Chérif en Saïd Kouachi, wilde de cartoonisten straffen voor een reeks omstreden spotprenten van de profeet Mohammed die eerder in het blad waren verschenen.

Charlie Hebdo

“Charlie Hebdo moet gesluierd worden!” Het blad stak de draak met álle religieuze fanatici.

Charlie Hebdo covers

Maar ook met Michael Jackson en de Sarkozy’tjes.

Hoewel Charlie Hebdo, dat voor het eerst gepubliceerd werd in 1960 onder de naam Hara-Kiri (dit werd in 1970 veranderd), al langer onder vuur lag van extremistische moslims (in 2011 werd bij het kantoor brand gesticht na een speciale ‘Charia Hebdo’-uitgave die de profeet als gast-hoofdredacteur had en op de cover honderd zweepslagen beloofde indien je jezelf niet doodlachte) is dit een bloederig dieptepunt. “Charlie Hebdo is dood,” gilde één van de schutters triomfantelijk na afloop, maar of dat werkelijk zo is? Overal ter wereld verenigen mensen zich as we speak in protest en verklaren ze zich via tags als #JeSuisCharlie en #iamcharlie solidair met het blad. Van intellectuelen tot de gewone man op straat, men is ra-zend.

Je Suis Charlie

#JeSuisCharlie is nu al één van de meestgebruikte hashtags ooit op Twitter.

Kritiek met een glimlach
Dat vooral mensen in West-Europa zo over de rooie gaan, heeft vele oorzaken: de verbijstering over zoveel onnodige doden (twaalf in totaal, waaronder ook twee agenten, een genodigde en een receptionist), de onderlinge verharding, de weifelende houding van politici. Maar de emoties liggen deels ook in het verleden verankerd. De spotprent is namelijk een Europese vinding en staat voor veel mensen gelijk aan de vrijheid van meningsuiting. Ontstaan in de achttiende eeuw in Frankrijk en Engeland en volwassen geworden tijdens de Franse Revolutie, is de spotprent altijd het wapen geweest om een opgeblazen politicus van zijn voetstuk te stoten, onrecht aan de kaak te stellen of de publieke opinie te beïnvloeden.

Spotprent Franse Revolutie

Tijdens de Franse Revolutie wist men hoe je iemand een kopje kleiner maakte.

Spotprenten Marie-Antoinette

Let them eat cock? De prenten van een losbandige Marie-Antoinette kleurden voorgoed ons beeld van haar.

Antieke spotprent

Megalomaan gedrag werd ook vroeger genadeloos afgestraft.

Wanneer de macht van iets of iemand te groot wordt, werkt de spotprent als een naald die de ballon laat klappen. Poef! Niet voor niets wordt de spotprent daarom gehaat én gevreesd in totalitaire kringen. Eén goedgekozen spotprent is dodelijker dan duizend kogels. Je kunt de tekenaar ervan levenslang opsluiten in de gevangenis of zoals nu in het geval van het team achter Charlie Hebdo is gebeurd, zelfs ombrengen, maar de grap is geplaatst. De plaaggeest is al uit de fles. En die laat zich verdomd moeilijk terugproppen.

Licht uit, spotprent aan 
Hoe machtig spotprenten kunnen zijn, blijkt uit de volgende voorbeelden die we voor je op een rijtje hebben gezet. Soms stokoud, soms iets minder oud, hebben ze allemaal iets met elkaar gemeen: ze schudden de mensen wakker en maakten iets bij hen los, in goede of kwade zin.

1. James Gillray

Spotprent Napoleon

“Verdomme, waarom word ik steeds afgeschilderd als iemand uit het Land van Laaf?”

Napoleon merkte ooit zuur op over de Britse karikaturist James Gillray: “Hij meer deed dan alle Europese legers tezamen om mij ten val te brengen.” Zo krachtig was het beeld dat hij van de keizer schetste, dat we hem nog steeds zien als een driftige dwerg. En dat terwijl Napoleon in werkelijkheid 1.68 meter lang was. Deze prent uit 1803 is een hilarisch voorbeeld.

2. Robert Minor

Robert Minor oorlog

Minor tekening, major effect.

Ooit de bestbetaalde cartoonist van Amerika, schuwde Robert Minor de controverse niet. Deze tekening maakte hij tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het tijdschrift The Masses. Het blad en haar tekenaars werden tot tweemaal toe voor de rechter gesleept wegens ‘samenzwering tegen de dienstplicht’. Robert bleef uit de gevangenis, maar het kostte The Masses wel de kop.

3. Louis Raemaekers

Louis Raemaekers spotprent

Louis zag alleen dood en verderf tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Geen tekenaar had tijdens de Eerste Wereldoorlog meer invloed dan de Hollander Louis Raemaekers. Hij werd beschuldigd van het ‘in gevaar brengen van de Nederlandse neutraliteit’ maar ook de Duitsers haatten zijn tekeningen. Zoals deze, De Duitse tango. Ze loofden zelfs een beloning uit van 12.000 gulden voor degene die hem wist te pakken, levend óf dood.

4. David Low

Spotprent Hitler Tweede Wereldoorlog

Zo’n wulps J.Lo kontje kon herr Hitler niet waarderen.

Adolf Hitler ging standaard door het lint als er weer een nieuwe prent van David Low in The Evening Standard opdook. David wist precies waarom. “Geen dictator zit ermee als hij wordt afgebeeld als een angstaanjagende wereldveroveraar die door bloed en modder stampt. Wat hij echter niet wil zien, is het beeld dat hij een ass is, dat beschadigt namelijk pas écht.”

5. Jules Streicher

Jules Streicher spotprent

Deze walgelijke tekening kreeg voor voor de maker gelukkig geen happy end.

Dat spotprenten soms ook ingezet worden voor een slechte zaak, bewijst deze prent uit het anti-semitische nazi-tijdschrift Der Sturmer (slogan: ‘De jood is ons ongeluk’.). Elke week stond het blad vol met misselijkmakende karikaturen van joden. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg redacteur Jules Streicher de rekening voor zoveel kwaad gepresenteerd. Hij werd opgehangen.

6. Bernard Willem Holtrop

Koning Juliana achter het raam spotprent 1966

Nee hoor, Juliana was geen slettebak. Dat was haar man.

Huh, de oude koningin Juliana een raamprostituee? Volgens Bernard Willem Holtrop in 1966 wel. Hij schilderde de moeder van Beatrix af als hoertje omdat haar toelage was verhoogd in tijden van loonmatiging. De Nederlandse regering kon helaas niet om zijn rake grap lachen en veroordeelde Bernard tot een boete van 200 gulden wegens majesteitsschennis.

7. Plantu

Plantu spotprent

De profeet Mohammed, we kunnen hem inmiddels uittekenen.

Geen serie spotprenten was zo controversieel als de twaalf visies op de profeet Mohammed die de Deense krant Jyllands Posten in 2005 plaatste. Toch is de prent die Le Monde-tekenaar Plantu naar aanleiding van alle commotie maakte, eigenlijk het krachtigst. Hij toont een hand die constant schrijft “Ik moet Mohammed niet tekenen.” En wiens portret ontstaat er? Juist.

8. Bob Grossman

Babe Lincoln spotprent

Lurkte deze babe aan meer dan een pijp alleen?

Toen er in 2005 een boek verscheen waarin werd gesuggereerd dat de Amerikaanse president Abraham ‘Abe’ Lincoln misschien gay was, liet Bob Grossman in The Nation zijn fantasie de vrije loop. De kritiek was niet mals. Uit rechtse hoek, maar ook van homo-activisten die vonden dat Bob een verknipt beeld had van gays. Bob bood iedereen die hij beledigd had zijn excuses aan.

9. Barry Blitt

Obama spotprent

Obama of Osama, het blijft voor veel Amerikanen verwarrend.

Tijdens de eerste presidentiële campagne van Barack Obama zette Barry Blitt de Obama’s neer als een stel blije moslimterroristen. Amerika schreeuwde moord en brand, en ook Barack zelf was not amused. Maar wat bleek? “Het was een satire op de kromme ideeën en de vooroordelen die over Barack bestaan”, aldus The New Yorker-redacteur David Remnick.

10. Zapiro

Zapiro spotprent

In één keer stond de afschroefbare hoofddouche op de kaart.

In 2008 tergde Zapiro de Zuidafrikaanse president Jacob Zuma in The Sunday Times met het verkrachtings- en corruptieschandaal waar hij op dat moment bij betrokken was. Het land lag in een deuk, niet in de laatste plaats vanwege de douchekop op Jacobs hoofd. Een verwijzing naar zijn domme uitspraak dat hij gedoucht had voordat hij de vrouw besprong, omdat ze hiv had.

Niet bang voor de dood
Tenslotte willen we nog even stilstaan bij de redacteuren van Charlie Hebdo die de slachting overleefden. Hoe moeten zij verder? Columnist Patrick Pelloux is vastberaden om door te gaan, ondanks het verlies van zoveel dierbare collega’s. Daarom verschijnt het tijdschrift volgende week zelfs in een oplage van één miljoen exemplaren, fors meer dan de gebruikelijke 60.000. “De domheid zal niet winnen,” zegt Patrick aangeslagen maar strijdbaar. Hopelijk worden hij en de andere achterblijvers gesterkt door alle protesttekeningen die op de stroom van verontwaardiging meegevoerd worden. Of het nu gaat om grote cartoonisten die met enkele rake potloodstreken de daders tot op het bot fileren of amateurs die op hun zolderkamertje iets treffends in elkaar flansen, met de minuut komen er meer bij.

Charlie Hebdo boos

Ook Charlie Brown naar wie het tijdschrift vernoemd werd, kookt van woede.

Charlie Hebdo eerbetonen

De laffe daad leidde tot een stortvloed aan creativiteit.

Onze favoriet blijft een tekening van Michael Shaw. Voor het eerst geplaatst in 2006 in The New Yorker, gaat hij op Twitter ineens viral‘Please enjoy this culturally, ethnically, religiously, and politically correct cartoon responsibly. Thank you.’ staat er boven een verder leeg vierkant. Het is een sneer naar de bijna hysterische oversensitiviteit die steeds meer terrein lijkt te winnen.

The New Yorker protest cartoon

Zoutloos. De grote leegte als symbool van maatschappelijke armoede.

Charlie Hebdo hoofdredacteur

Stéphane Charbonnier wist dat hij gevaar liep maar nam dit op de koop toe.

Stéphane Charbonnier van Charlie Hebdo had in elk geval geen boodschap aan zulke overgevoeligheden. Ja, hij en zijn tekenaars gingen vaak tot het randje, en soms er overheen, maar hij zag het als zijn taak om de wereld scherp te houden. Bovendien kon je de tekeningen in Charlie Hebdo ook negeren als je het er niet mee eens was, vertelde hij in 2012. Heel simpel. “Een potlood is geen wapen. Het is slechts een middel om je mening mee uit te dragen.” Hij voegde eraan toe dat het satirische magazine door zou gaan met het op de hak nemen van de islam totdat het even normaal was als bij het katholicisme om dat te doen. “Mohammed is niet heilig voor mij. Ik neem het moslims niet kwalijk dat ze niet lachen om onze tekeningen, maar ik leef onder de Franse wet. Niet de wet van de Koran. Waarom zouden we over alles grappen mogen maken behalve over de islam? Dat irriteert me.” Dat Stéphane daarom bedreigd werd en zelfs politiebewaking nodig had, maakte hem niet bang. Integendeel. Het maakt hem nog vastberadener. “Ik heb geen kinderen, geen vrouw, geen auto… Ik sterf liever staand dan dat ik leef op mijn knieën.” Gisteren was het helaas zover.

Charlie Hebdo bloedba

Een uitspraak om te onthouden.

 
Deel dit artikel!
Facebooktwittergoogle_plusmail

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,


Over de auteur



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Omhoog ↑